Taken voor de wandeling

Voor de aanvang van de wandeling dient het paard waar jij (of je kind) mee zal rijden grondig gepoetst te worden en daarna opgetuigd te worden.

Merk op: Onderstaande uitleg is vooral bedoeld voor ruiters die met manegepaard deelnemen. Met privépaard ben je vrij om voor een andere werkwijze te kiezen dan hieronder voorgesteld, zolang het paard netjes verzorgd in de piste komt en een degelijk harnachement draagt (zie ook ‘Uitrusting’).


Wie is verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze taken?

De ruiter is verantwoordelijk, maar kan natuurlijk beroep doen op hulp en begeleiding van de begeleider.

Tijdens de lessen “Introductie tot paardrijden” en de lessen “Hippische begeleiding” wordt alle omkadering aangeleerd aan de ruiter/ouders. Als je deelneemt aan wandelingen en dus minimaal lesniveau ‘Halfgevorderden’ hebt in onze manege, gaan we er echter van uit dat je onderstaande punten grotendeels zelfstandig kan uitvoeren en de noodzakelijke hulp van de begeleider beperkt is.

We begrijpen dat er soms nog bepaalde zaken zijn die je misschien nog niet zo goed onder de knie hebt. Ook dan is het jouw verantwoordelijkheid om de uitvoering van alle taken te verzekeren, bv. door andere ruiters/ouders om hulp te vragen of door de begeleider om hulp te vragen. Maar in de eerste plaats om hier dan uit te leren zodat je het in de toekomst wel zelfstandig kan.

Aangezien je met een dier bezig bent is het nemen van verantwoordelijkheden juist zo belangrijk. Als je nalaat iets te doen of iets op de verkeerde manier doet, kan dit enerzijds gevolgen hebben voor het paard maar anderzijds ook voor de andere ruiters en hun veiligheid.

Enkele voorbeelden:


Hoe omgaan met het paard?

Een paard is een dier en denkt dus met emoties. Als een paard ons tegenwerkt is dat niet om ons te pesten, maar omdat dat zo in hem opkomt. Bijvoorbeeld op basis van ervaringen uit het verleden.

De meeste manegepaarden ondergaan echter relatief gewillig wat wij met hen willen doen. Soms vinden ze het zelfs fijn om door ons geaaid te worden. Maar soms vinden ze het ook niet leuk en dan geven ze ons signalen met hun lichaamstaal. Wij moeten deze dan interpreteren en er op de juiste manier mee omgaan.

Een paard correct behandelen betekent niet per se dat je altijd zacht moet zijn, maar wel dat we hem als paard behandelen.

Spelen en roepen in de stallen en in de stalgangen is erg gevaarlijk en ten strengste verboden.


1. Aankomst in de manege

Ten laatste een half uur voor de aanvang van de wandeling dien je te kunnen starten met het klaarmaken van je paard. Dat wil zeggen dat je uiterlijk 35 min. voor de aanvang van de wandeling op de parking moet stoppen.

De begeleider verdeelt de manegepaarden ten laatste een half uur voor de aanvang van de wandeling. Met welk manegepaard jij (of je kind) mag rijden wordt genoteerd op het blad “Paardenverdeling” dat ophangt op het witte bord aan de doorgang tussen stallen en binnenpiste. Je kan bij de begeleider je voorkeur opgeven qua paard, maar de begeleider maakt uiteindelijk de beslissing (al dan niet samen met de verantwoordelijke van de manege). De begeleider houdt rekening met ieders voorkeur, maar ook met elke ruiter die deelneemt aan de wandeling (vaardigheden, grootte, …), en zeker ook met het maken van een verdeling die de paarden overheen de ganse dag niet overbelast.

Belangrijke richtlijnen


2. Halster aandoen

Je benadert het paard op een rustige maar kordate manier in de stal en doet het een passend halster (full of cob) om. De koord maak je vast met een paardenknoop.

Maak de koord niet vast aan de staldeur, maar wel aan een stevig en onbeweeglijk iets.

Regels voor gebruik van halsters van de manege:


3. Paard grondig poetsen

Poets het paard overal met een aangepaste borstel:

Niet vergeten te poetsen op plaatsen die traditioneel “vergeten” worden:

Regels voor het gebruik van de borstels van de manege:


4. Paard opzadelen

Aangezien je paard met een halster vaststaat is het aan te raden eerst het zadel op te leggen.

Begin niet eerder dan 10 min. voor de aanvang van de wandeling met opzadelen zodat de paarden niet onnodig gezadeld moeten staan.

Belangrijke richtlijnen:


5. Hoofdstel aandoen

Doe het halster uit, hou het hoofd met je rechterhand bij je en doe dan het hoofdstel aan.

Belangrijke richtlijnen:


Wat als ik iets verkeerd doe?

Dan is in de eerste plaats het paard de dupe hiervan, mogelijk ook mederuiters of ruiters die na jou komen. Het paard is “slechts” een dier en kan er ook niet aan doen dat wij hem in gevangenschap houden. En al zeker niet dat wij soms niet de nodige wilskracht, kennis en/of kunde hebben. Door de regels te volgen doe je al heel veel op een correcte manier.

De begeleider controleert voor het vertrek van de wandeling zoveel mogelijk of elk paard correct opgetuigd is, maar als dit over het algemeen goed lukt (wat normaal gezien wel het geval zou moeten zijn bij wandelingen) kan hij/zij beslissen dit af te bouwen en enkel nog steekproefsgewijs te controleren.

Of de paarden proper gepoetst zijn wordt op regelmatige basis steekproefsgewijs gecontroleerd door de lesgever of de verantwoordelijke van de manege. De consequenties die eraan verbonden zijn worden geval per geval beoordeeld. In principe kan de manege je weigeren in de les/wandeling als er nalatigheden zijn in de taken voor de aanvang van de wandeling of als het reglement op een andere manier niet wordt nageleefd.